Gedragstherapie is een vorm van psychotherapie. Iedereen doet, denkt en handelt op een bepaalde manier. We leren zo gaandeweg in ons leven hoe we ons moeten gedragen en we krijgen een beeld van anderen en de wereld om ons heen. Ons beeld kan vervormd zijn, ons denken en gedrag ook door iets wat we pas hebben meegemaakt. We raken in de problemen met onszelf en anderen.

Het kan ook zijn dat de klachten ontstaan zijn door gebeurtenissen in het verleden, waardoor we bijvoorbeeld negatieve ideeën over onszelf hebben gekregen.

Als dat gebeurt dan snappen mensen vaak zelf niet waarom ze aldoor zo gespannen of bang zijn of waarom ze zo op zien tegen allerlei zaken en in paniek kunnen raken. Dan heeft iemand psychische problemen. Gelukkig kan iemand leren om anders om te gaan met iets waar hij bang voor is of waar hij last van heeft. Door de therapie kunnen weer nieuwe ervaringen opgedaan worden, waardoor iemands zelfvertrouwen groeit en waardoor de klachten minder worden.

Samen met de therapeut achterhaalt men wanneer de klachten begonnen zijn en hoe ze ontstaan zijn. Als er een analyse is gemaakt, gaan we kijken waar iemand eerst aan wil gaan werken en wat daarna. Het is daarbij belangrijk om haalbare en meetbare doelen te stellen. Een haalbaar doel is bijvoorbeeld "ik durf weer naar een feestje" in plaats van "ik ben nooit meer bang". Er wordt steeds gebruik gemaakt van bepaalde oefeningen en huiswerkopdrachten.

We werken in kleine stappen naar de doelen toe, het kan dan plotseling toch heel snel gaan. Het is natuurlijk afhankelijk van de problematiek hoe snel het gaat, maar over het algemeen is gedragstherapie zeer effectief en kan er in tien tot vijftien sessies veel ten goede veranderen.

De cognitieve gedragstherapie is een samensmelting van twee psychotherapeutische methoden: cognitieve therapie en gedragstherapie. Er wordt gebruik gemaakt van beide methoden, dit noemen we cognitieve gedragstherapie. Het is een actief proces en steeds een gezamenlijke onderneming van cliënt en therapeut. Voor alle duidelijkheid staat de kern van beide methoden hieronder beschreven (zie ook www.vgct.nl).

Cognitieve therapie
In cognitieve therapie is altijd veel belang gehecht aan de invloed die het denken uitoefent op het gevoelsleven. Wie belangrijke zaken en gebeurtenissen in zijn leven steeds vanuit een negatief standpunt beziet, wordt gemakkelijker somber, angstig of geïrriteerd. In cognitieve therapie onderzoekt men in zo een geval of die negatieve wijze van denken wel terecht is. Waar dat relevant lijkt, wordt uitgezocht welke minder negatieve manier van denken beter past en hoe dat in de praktijk gestalte kan krijgen.

Gedragstherapie
In gedragstherapie is altijd veel waarde gehecht aan het gedrag van cliënten. Wie uit angst bepaalde zaken steeds uit de weg gaat, versterkt zijn angst in plaats van deze te verminderen. Wie zijn mening niet goed naar voren kan brengen, wordt eerder onzeker of juist geïrriteerd. Wie niet heeft geleerd hoe hij zich moet beheersen, wordt gemakkelijk het slachtoffer van zijn eigen impulsiviteit. Binnen gedragstherapie brengt men de problematische gedragingen van de cliënt en de omstandigheden waarin die voorkomen eerst in kaart en daarna wordt nieuw, beter passend gedrag bedacht en ingeoefend.