Bij neuropsychologisch onderzoek wordt gekeken naar de relatie tussen het gedrag en de werking van de hersenen. De ontwikkeling van een kind of jongere stagneert of vertoont bepaalde uitval. Het gaat om gedrag wat moeilijk te verklaren is door wat men heeft meegemaakt. Bij neuropsychologisch onderzoek kijken we naar de aanlegfactoren en vooral naar hoe hersenen informatie verwerken.

 

Men is bijvoorbeeld best slim, maar kan zich niet concentreren of bepaalde zaken niet onthouden. Omdat het om aanlegfactoren gaat, verander je het niet zomaar en zul je er altijd rekening mee moeten houden en zullen leerstrategieen aangepast moeten worden. Uiteindelijk komt dit het zelfvertrouwen vaak ten goede.

Neuropsychologisch onderzoek wordt bijvoorbeeld ingezet om problemen op het gebied van de aandacht- en concentratie, planning en organisate en geheugen vast te stellen of uit te sluiten, maar ook voor diagnostiek omtrent stoornissen in het autistisch spectrum of een non-verbale leerstoornis (NLD).